muurplanten-muur-header2.jpg

De vochtigheidsgraad is voor muurplanten een essentiƫle factor en daarmee een cruciaal punt bij muurherstel. Bij oude enigszins verweerde muren met zachte kalkspecie dringt vocht gemakkelijk de muur in. Zogenaamde grondkerende muren (deze muren worden vanuit het achterliggende grondlichaam met vocht gevoed) zijn bijzonder kansrijk. De vochtigheidsgraad is verder ook afhankelijk van de expositie, waarbij met name naar het noorden gerichte muren vochtig zijn en daarom voor muurplanten kansrijk.


De meer specifieke muurplanten groeien op kalkhoudende specie. Uit metingen van oude kalkmortels blijkt dat de verhouding zand: kalk meestal ongeveer 2:1 is. Afhankelijk van de soort muur kunnen er variaties optreden. Bij waterwerken wordt er bijvoorbeeld tras (gemalen tufsteen) als verhardingsmiddelaan toegevoegd. Een in de praktijk geschikt bevonden mortel bestaat uit 16 delen zand: 8 delen kalk en
1 deel tras. De pH-waarde van kalkspecie (pH 8-9) is voor muurplanten geschikter dan die van het moderne Portlandcement (pH 11-12). Dit moderne cement is ook vanwege de hardheid veel minder geschikt voor muurplanten.


Niet alleen de aanwezigheid van kalk is bevorderlijk voor muurplanten, ook de hardheid en ruwheid telt mee. Op een muur met volle, vlakke voegen kunnen sporen en zaden zich moeilijk hechten en ontkiemen.
Beschaduwing van een muur, zeker als deze op het zuiden ligt, houdt de verdamping tegen en bevordert de mogelijkheden voor ontkieming en groei van planten. De aanwezigheid van aangeplante bomen is daarom gunstig. Anderzijds kan teveel bladstrooisel op hellende muurvlakken negatief werken. Schaduw kan ook worden veroorzaakt door voorzieningen zoals stootbalken of gording tegen een kademuur.

(naar: Beleidsplan Flora Amsterdam Denters 2005)